Vermoeidheid

Moeheid, lusteloosheid en energieverlies komen voor bij minstens één op de twee longkankerpatiënten. Het kan voorafgaan aan de ziekte, of aanwezig zijn tijdens of na de ziekte. De oorzaken van deze vermoeidheid zijn niet altijd gekend, maar je ziekte zelf, je gemoedsgesteldheid of je behandeling kunnen een rol spelen.

De graad van vermoeidheid kan erg verschillen van persoon tot persoon.

Het is voor je omgeving niet altijd duidelijk wat deze vermoeidheid inhoudt en voor jou betekent. Bovendien kan het zijn dat je omwille van je vermoeidheid sneller geïrriteerd of ongelukkig bent. Je kan ook geïsoleerd raken omdat je je sociale contacten verwaarloost of je beroepsactiviteiten onvoldoende kan opnemen.

Het is vaak moeilijk om deze vermoeidheid te aanvaarden, zeker als jouw longkanker niet meer actief is of als je genezen verklaard bent.

Vermoeidheid
  • Zoek naar middelen om je tijd anders in te delen. Probeer zo normaal mogelijk te leven, zodat er minder kans bestaat tot moedeloosheid door de vermoeidheid.
  • Zoek naar andere interesses, andere activiteiten, die je wel kan beoefenen.
  • Doseer je handelingen, spreid ze over enkele dagen, doe ze eventueel zittend. Las zo nodig een korte pauze in.
  • Doe vooral de dingen die je graag doet; muziek beluisteren, wandelen, lezen, e.a. kunnen helpen de batterijen op te laden.
  • Geef niet altijd toe aan de vermoeidheid. Het is belangrijk om fysieke activiteiten te blijven doen. Te veel rust kan de vermoeidheid, door loomheid, nog verergeren.
  • Energierijke voeding kan energieverlies positief beïnvloeden.
  • Durf de hulp van anderen inroepen om activiteiten die te zwaar voor je geworden zijn over te nemen.
  • Praat er over met je arts, verpleegkundige, sociaal assistente, je andere gezondheidsmedewerker(s), je partner en naaste omgeving.
  • Wanneer je chemotherapie volgt, kan vermoeidheid door bloedarmoede veroorzaakt zijn. Hiervoor kan ondersteunende medicatie gedurende een bepaalde periode zinvol zijn. Praat hierover met je arts.